GEEN ARBEIDSONGEVAL

Een werknemer was na het opbouwen van een steiger voor zijn plezier aan een takel gaan hangen met de bedoeling even later naar beneden te springen. Vanwege de sterke wind durfde hij niet meer te springen. Op vijftien meter hoogte konden zijn armen het gewicht niet meer houden. Hij viel naar beneden en raakte ernstig gewond. Hij stelde zijn werkgever aansprakelijk voor zijn schade.

De kantonrechter stelt voorop dat de Hoge Raad een ruime uitleg geeft aan het begrip in de uitoefening van werkzaamheden. Deze uitleg mag echter niet zover worden opgerekt dat gevaarlijke spelletjes van een werknemer die niets van doen hebben met zijn feitelijk werk ook daaronder vallen. Het spelen met een kraan kan op geen enkele wijze geacht worden deel uit te maken van het werk, ook al vond het ongeval plaats tijdens werktijd en op de werkplek.

Er was in deze dan ook geen sprake van een gedraging die behoort te worden beschermd door de wettelijke zorgplicht van de werkgever. Bovendien is het algemeen bekend dat het vastgrijpen van een takel met de bedoeling zich op te laten hijsen grote risico’s met zich meebrengt. Het is dan ook volstrekt onaannemelijk dat de werknemer zich niet bewust was van het roekeloze karakter van zijn handelwijze. Anderzijds kan de werkgever worden verweten dat de machinist van de kraan in strijd met de afspraak het visuele contact met zijn collega’s had verloren. Het ongeval is echter in zodanig mate te aan de bewuste roekeloosheid van de werknemer te wijten, dat het tekortschieten van de werkgever daarbij in het niet valt. De kantonrechter acht de werkgever dan ook niet aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval.